ICT is een middel, geen doel. Om systematisch na te denken over de inzet van ICT in het onderwijs is de laatste jare het TPACK model ontwikkeld.
TPACK staat voor Technological, Pedagogical and Content Knowledge. Het TPACK model gaat ervan uit dat het nodig is om vakinhoud (CK), (vak)didactiek (PK) en technologie/ ICT (TK) met elkaar te verbinden, zodat er zo goed mogelijk onderwijs mogelijk is. Hierbij wordt gekeken naar en de kennis en vaardigheden die leraren nodig hebben om die integratie zo vorm te geven dat ze effectief onderwijs kunnen verzorgen.
Onderstaande uitleg is ontleend aan de website http://www.tpack.nl/. Ga daarheen voor veel meer informatie.

tpack.jpg

Het TPACK model is ontwikkeld door Matthew Koehler en Punya Mishra en beschrijft de kennis die een leraar nodig heeft om ict te integreren in zijn of haar onderwijs. Bij lesgeven gaat het erom dat een leraar weet wat er moet worden onderwezen (vakinhoud) en hoe dit moet worden onderwezen (vakdidactiek). Om ict op een zinvolle manier te gebruiken in het onderwijs, moet een leraar weten hoe de vakinhoud inzichtelijk en begrijpelijk gemaakt kan worden met behulp van ict en welke didactiek het leren van bepaalde onderwerpen met behulp van ict versterkt.

Uitgangspunt bij het TPACK model is dat het niet voldoende is dat leraren beschikken over afzonderlijke kennis van ict, didactiek en vakinhoud. Het gaat er juist om dat leraren leren begrijpen hoe de drie kennisdomeinen vakinhoud, didactiek en ict met elkaar samenhangen. TPACK veronderstelt dat leraren weten waardoor bepaalde leerinhouden moeilijk of makkelijk te leren zijn en hoe ict-toepassingen de leerlingen kunnen helpen om problemen tijdens het leerproces te overwinnen. Succesvol lesgeven met behulp van ict betekent dat de leraar continu een balans zoekt tussen de kennisdomeinen van het TPACK-model.
TPACK is een nieuwe manier om tegen ict in het onderwijs aan te kijken. Het model gaat uit van de specifieke deskundigheid van de leraar: zijn of haar vermogen om de kennis en de vaardigheden die bij een vak horen, op een aantrekkelijke en begrijpelijke manier te presenteren aan de leerling met behulp van ict. Het TPACK model kan leraren helpen bij het maken van keuzes over hoe ict ingezet kan worden om het leren van een bepaalde vakinhoud te ondersteunen. Tegelijkertijd helpt het TPACK model leraren om kritisch na te denken over hun eigen kennis en de kennis die zij nodig (zouden moeten) hebben om ict zinvol in te kunnen zetten binnen bepaalde vakken met behulp van een bepaalde didactiek.

Aan de slag
Via de genoemde site kan je veel meer informatie vinden over TPACK. daar vind je ook hoe je ondersteuning kan krijgen om met TPACK aan het werk te gaan. Op de pagina Aan de slag vindt u bijvoorbeeld veel voorbeelden, vragenlijsten etc om direct mee aan de slag te gaan.
In de meeste TPACK professionaliseringstrajecten spelen begeleiders in de eerste bijeenkomst van een team "TPACK the game". Tijdens het spelen van het spel krijgen kleine groepjes docenten 3 willekeurige kaartjes: 1 kaartje met daarop een vakgebied geschreven, 1 kaartje met een didactische aanpak en 1 kaartje met een specifieke technologie. Met behulp van deze kaartjes moet de groep een lesactiviteit verzinnen. Vaak trekken de deelnemers kaarten met vakinhouden of technologieen waar zij zelf niet mee bekend zijn, maar waar zij na even nadenken toch hele leuke activiteiten bij bedenken. Doel van dit spel is in eerste instantie om de deelnemers verder kennis te laten maken met het TPACK model, maar ook om even uit je eigen vertrouwde (vak)wereld te stappen om zo op een andere manier over onderwijs na te denken. Een volgende stap is dan om hetzelfde spel te spelen met een kaartje van jouw eigen vakgebied.
Probeer eens! Matt Koehler ontwikkelde een digitale versie van de game en Marieke Simonis ontwikkelde een Nederlandstalige versie. Ga naar de Nederlandse digitale versie van de game en trek 3 kaartjes. Probeer daarbij niet net zo lang te klikken tot u een voor u zo handig mogelijke combinatie hebt!! Hou het zoveel mogelijk bij de eerste keer. Noteer welke kaartjes u trekt en bedenk een les of een activiteit op basis van de kaartjes
Werk de les of activiteit uit in een beknopt document uit (1 A4) waarin u ingaat op de rol van de docent en de leerling/student.