Opdracht 1

inleiding

Ik heb voor het ICT gedeelte van het vak WAB de site 23onderwijsdingen.nl bestudeerd. Ik vind de site erg interessant, uitgebreid en nuttig. De naam 23 onderwijsdingen vind ik niet mooi en zou ik zelf nooit gekozen hebben, maar dat is een andere discussie. Ik zal in deze Wiki ingaan op de bruikbaarheid van een aantal onderdelen van 23onderwijsdingen.nl. Ik heb de onderdelen gekozen waarvan ik verwacht dat ik er zelf in de toekomst gebruik van ga maken. Om de onderdelen in de les te kunnen behandelen zal ik een computerlokaal nodig hebben. In de analyse van de verschillende onderdelen komen indien mogelijk onder andere de antwoorden op de volgende vragen aan bod:
  • Wat vind ik er interessant aan?
  • Waar heb ik vragen over?
  • Wat zou ik er zelf mee willen gaan doen?
  • Wat heb ik daarvoor nodig?

Ik heb gekozen voor de volgende onderdelen:
  • RSS
  • Online foto’s delen
  • Social bookmarking
  • Wiki’s
  • Mediawijsheid


Besproken onderdelen


1. RSS

Door gebruik te maken van RSS feeds kun je op de hoogte blijven van updates op websites. Je kunt je via een programma als Google reader of Feedreader abonneren op RSS feeds van websites die interessant voor jou zijn. Het prettige aan het werken met feeds is dat je in één programma een goed overzicht krijgt van wat er nieuw verschijnt op voor jou interessante websites. Je kunt de feeds sorteren op categorie en krijgt een korte beschrijving van de update.

RSS feeds lijken me erg handig om op de hoogte te blijven van updates van vakgerelateerde websites. Door middel van de feeds krijg ik in korte tijd een goed overzicht over wat er op de websites verschijnt en kan ik de interessante updates bekijken.
Wat ik me afvraag is of het ook mogelijk is om feeds te filteren. Dit kan bijvoorbeeld interessant zijn bij een abonnement op een feed van een wetenschappelijk artikel. Ik wil bijvoorbeeld alleen feeds te zien krijgen waar de woorden ‘didactiek’ en ‘leesvaardigheid’ in voorkomen.

2. Online foto’s delen

Via een site als Flickr kun je foto’s delen met een selecte groep mensen of het hele internet. In de toekomst zal ik dit willen gebruiken om foto’s van een klassenfeest of een reis- en projectweek met de leerlingen en hun ouders te delen. De leerlingen kunnen zelf foto’s toevoegen en commentaar geven op foto’s die erop staan. Ik denk dat op deze manier het bekijken van foto’s en commentaar leveren op foto’s de saamhorigheid in een klas positief kan beïnvloeden. Een bijkomend voordeel is ook dat de ouders een beeld krijgen van wat de leerlingen gedaan hebben. Ik denk dat het wel belangrijk is dat er af en toe controle plaatsvindt van de geplaatste foto’s en de geleverde commentaren.

3. Social bookmarking

Bij social bookmarking maak je een website aan waarop links staan naar jouw favoriete websites. Je maakt zogenaamde ‘tags’ (trefwoorden) aan die op die website slaan. Op deze manier kun je overal je favoriete websites raadplegen, maar ook makkelijk leerlingen of collega’s op een aantal websites wijzen. Via een website als www.delicious.com kun je je favorieten met andere delen en ook websites vinden die anderen met dezelfde trefwoorden gekarakteriseerd hebben. Op deze manier kun je snel veel informatie verzamelen over een bepaald onderwerp.

In de praktijk zou ik leerlingen deze mogelijkheid willen laten kennen. Ze kunnen dan zelf besluiten of ze het handig vinden of niet. In een opdracht zouden ze bijvoorbeeld zelf een site met favorieten aanmaken. Daarna zouden ze kunnen kijken welke websites door anderen aanbevolen worden met de trefwoorden die ze zelf gekozen hebben. Op deze manier kunnen ze andere internetgebruikers vinden die vergelijkbare interesses hebben.

4. Wiki’s

Een Wiki is een internetpagina waarop mensen/leerlingen gezamenlijk aan de inhoud werken. Wikipedia is hier het belangrijkste voorbeeld van. Het grote voordeel van een Wiki, is dat meerdere mensen een bijdrage aan de inhoud kunnen leveren en dat later precies na te gaan is wie wat heeft bijgedragen of aangepast.

De mogelijkheden die Wiki’s bieden voor het onderwijs zijn volgens mij erg groot. Het lijkt me erg handig om er gebruik van te maken als de leerlingen gezamenlijk een verslag moeten maken of als ik leerlingen werkstukken van medeleerlingen na wil laten kijken. Het voordeel van het gebruik van een Wiki bij het maken van een gezamenlijk verslag is dat je precies terug kunt kijken wie wat gedaan heeft. Het wordt meteen duidelijk als één van de leerlingen weinig heeft toegevoegd aan het verslag. Dit maakt het mogelijk om de individuen van een groep apart te beoordelen.

Het digitaal beschikbaar hebben van verslagen brengt nog andere voordelen met zich mee. Als je toegang hebt tot internet kun je overal de Wiki’s bekijken. Het is vrij gemakkelijk om met bepaalde programma’s te controleren of bepaalde stukken van het verslag van het internet zijn overgenomen en je hoeft nooit meer te puzzelen bij leerlingen met moeilijk leesbare handschriften. Een nadeel van het maken van verslagen op de computer is dat door de spellingcontrole veel fouten worden gecorrigeerd, maar lang niet alle fouten worden eruit gehaald.

Het werken met Wiki’s kan ook andere problemen opleveren, wanneer de leerlingen verschillende ideeën hebben over de opzet van het verslag en in elkaars stukken gaan zitten strepen. Het lijkt me dus verstandig de groepjes leerlingen af en toe tijdens de contacturen met elkaar te overleggen, zodat niet alles via internet gaat. De praktijk zal uit moeten wijzen of het werken met Wiki’s een succes wordt.

5. Mediawijsheid

De term mediawijsheid slaat op het verantwoord omgaan met informatie uit de media. Leerlingen moeten leren dat ze niet alles wat ze op TV zien of internet vinden klakkeloos over moeten nemen. Ze moeten leren zelf kritisch naar de informatie te kijken die ze tot zich nemen van diverse media.
Ik vind dit een heel belangrijk onderdeel en zou mijn leerlingen graag het een en ander bijbrengen over dit onderwerp. Ik was op de hoogte dat er in de media gemanipuleerd werd, maar na het lezen van ‘Het zijn net mensen’ van Joris Luyendijk schrok ik toch en kwam ik erachter dat er meer gemanipuleerd werd dan ik dacht.

Een ander belangrijk punt vind ik dat de leerlingen zich ervan bewust moeten zijn, dat wat zij op het internet zetten openbaar is en dat ze daar dus heel voorzichtig mee moeten zijn. Als ik dit onderwerp in de lessen wil gaan behandelen zal ik me moeten verdiepen in informatie die over dit onderwerp beschikbaar is. Ik denk dat ik gebruik zou maken van het dossier Mediawijsheid van het ministerie van OCW en medialessen.nl.


Opdracht 2

Voor deze opdracht heb ik bedacht om een wiki-pagina aan te maken voor mijn havo 4-klas. Ik ga binnenkort beginnen met literatuurgeschiedenis in de Middeleeuwen. Hiervoor hebben wij op school een reader, maar ik hoor van mijn collega's dat veel leerlingen het niet fijn vinden om alleen met deze reader te werken. De leerlingen vinden de stof erg saai en daar zal een reader geen verandering in brengen. Daarom wil ik proberen om de lessen interactiever te maken met een wiki-pagina.

Mijn plan is om ervoor te zorgen dat de leerlingen zelf allerlei informatie op de wiki-pagina zetten. Hierdoor zullen de leerlingen de stof echt moeten bestuderen en kunnen ze niet tot het laatste moment wachten met leren. Daarnaast merk ik dat leerlingen het leuk vinden interactief bezig te zijn. Dat doen ze thuis ook veel, dus dat zullen ze ook op school interessant vinden. Om een stok achter de deur te houden, wil ik de leerlingen belonen die het goed hebben gedaan. Dit doe ik door de leerlingen bonuspunten te geven op de toets.

Verder wil ik de leerlingen zelf vragen laten bedenken op de stof die ze op de wiki-pagina hebben gezet. Deze vragen kunnen dan dienen als oefenvragen voor de toets. Ook hierbij zal ik bonuspunten uitdelen aan de leerlingen die een vraag hebben bedacht die ook in de toets voorkomt.

Ik zal zelf bijhouden hoe mijn bevindingen zijn en daar zal ik een kort verslag van maken. Daarnaast zal ik de leerlingen vragen hoe zij het vonden om met deze pagina te werken en of zij nog tips hebben. Ik ga geen enquête afnemen, omdat ik daar helaas geen tijd voor heb. Wij hebben een strak PTA en daarnaast moet ik al andere enquêtes afnemen voor mijn studie.


Eindopdracht


Voor de module middeleeuwse literatuurgeschiedenis voor havo 4 heb ik een wiki-pagina aangemaakt om daar alle informatie op te zetten die de leerlingen nodig hebben (zie opdracht 2).
Ik heb de klas in drietallen ingedeeld en deze groepen kregen allemaal een bepaald thema voor hun rekening. De leerlingen hadden een reader tot hun beschikking, dus daar konden ze informatie uithalen. Daarnaast heb ik ze doorverwezen naar literatuurgeschiedenis.nl.

De drietallen moesten ervoor zorgen dat er informatie over hun thema op de wiki-pagina gezet werd en daarnaast moesten ze de belangrijkste informatie presenteren aan de klas. De derde persoon moest ervoor zorgen dat er twee goede vragen werden bedacht en deze vragen moesten ook op de wiki-pagina gezet worden. Op die manier is iedereen verantwoordelijk voor zijn eigen inbreng. Ik merk namelijk dat leerlingen het vervelend vinden dat ze vaak in groepjes moeten werken en dat er iemand is die niks doet. Om ervoor te zorgen dat iedereen iets moet doen (presenteren, vragen bedenken of samenvatting schrijven) kan iedereen individueel aangesproken worden op zijn deel.

Daarnaast heb ik ervoor gezorgd dat de reader en een powerpointpresentatie online kwamen op de wiki-pagina. Ik hoopte dat de leerlingen op deze manier actief bezig waren met de stof. Door ervoor te zorgen dat er ook vragen op de wiki-pagina werden gezet, hoopte ik dat de leerlingen met elkaar in discussie kon laten gaan over de stof.
Aan het eind heb ik aan mijn leerlingen gevraagd wat ze ervan vonden, zodat ik deze informatie mee kon nemen in mijn evaluatie.

Logboek

Les 1: Ik heb de leerlingen de reader uitgedeeld en daarnaast verteld wat de bedoeling is met de wiki-pagina. De leerlingen kenden wiki nog niet, dus ik moest dat eerst nog uitleggen. De leerlingen vonden het wel wat verwarrend, omdat de opdracht voor hen niet helemaal duidelijk was.
Les 2: Ik heb nogmaals uitgelegd wat ze moeten doen in drietallen. Daarna heb ik de groepen gevormd en verteld welk thema ze per groep hebben. Er was nog steeds wat onduidelijkheid over de opdracht.
Les 3: Ik heb eerste zelf wat informatie gegeven over de middeleeuwse literatuurgeschiedenis en daarna mochten ze met alle drietallen bij elkaar zitten om de opdracht voor te bereiden. Ik merk dat het voor mezelf best veel werk is om alles bij te houden. Ik moet namelijk bijhouden wie wat doet in elk drietal, want ze kunnen er individueel op beoordeeld worden.
Les 4: Vandaag is de eerste presentatie geweest van één van de drietallen. Het ging goed, maar was wel erg kort. Ik had gehoopt dat ze meer informatie van literatuurgeschiedenis.nl zouden gebruiken. Dit betekende dat ik zelf nog best veel moest toevoegen. De volgende keer moet ik beter aangeven wat er van hen wordt verwacht.
Les 5 tm/ 7: Deze lessen gingen voor een groot deel op aan de presentaties met daarbij wat extra uitleg van mijn kant. Tijdens een van deze lessen kon ik gebruik maken van het computerlokaal. Toen konden de leerlingen zich aanmelden bij de wiki-pagina en alvast hun informatie erop zetten.
Les 8: Ook in deze les weer een presentatie. Het werken met de wiki-pagina komt nog niet echt van de grond. Dit komt deels door de vele afwezigheid van een aantal leerlingen waardoor sommige groepjes weinig doen, maar misschien komt dit ook door de opdracht zelf. Ik vraag misschien te veel van de leerlingen.
Les 9: Aangezien ik geen gebruik kon maken van het computerlokaal heb ik alle vragen die er tot nu toe waren bedacht door leerlingen op papier gezet. Daarna mochten ze in tweetallen deze vragen beantwoorden. Tijdens het nakijken moesten de leerlingen die de vragen bedacht hadden de antwoorden geven. Ik merkte dat de leerlingen het leuk vonden om vragen te beantwoorden die door medeleerlingen zijn gemaakt en helemaal dat het antwoord ook door hen gegeven wordt.

Evaluatie

In het begin was het voor de leerlingen niet duidelijk wat ze moesten doen. Dit kwam waarschijnlijk omdat ik met te veel nieuwe dingen tegelijk begon. Ik had misschien meer tijd moeten nemen om de wiki te introduceren en daarna de opdrachten uitleggen. Nu bracht ik alles in één les en dat zorgde voor veel verwarring. Daarnaast had ik het probleem dat ik zelf goed in de gaten moest houden welke groepen er goed mee bezig waren en welke groepen er (bijna) niks mee deden. Dit zorgde ervoor dat ik zelf veel administratieve zaken moest bijhouden. Dat wil ik de volgende keer anders doen, maar ik ben er nog niet uit wat het beste zou werken.
De leerlingen vonden het leuk om achter de computer te werken en om daar informatie en dat op de wiki te zetten. Maar thuis deden ze er erg weinig mee. Ze gaven ook aan dat ze de meerwaarde niet altijd inzagen. Een enkeling vond het wel leuk om hiermee te werken, maar het merendeel van de klas zag het nut er niet van in. Daarnaast kreeg ik van de leerlingen het commentaar dat ze het vervelend vonden dat er weer een andere website werd gebruikt dan de website van de school. Op Teletop wordt veel informatie gezet en nu moesten de leerlingen ook nog naar een wiki-pagina. Ik heb aan het eind van de periode een link op Teletop gezet zodat het voor de leerlingen weer iets makkelijker wordt.

Ik vond het zelf erg leerzaam om hier een keer mee te werken. Aangezien het een verplicht onderdeel was van het curriculum moest ik er zelf actief mee aan de slag. Als dat niet nodig was, had ik het waarschijnlijk niet gedaan. Ik wil in de toekomst zeker vaker gebruik maken van wiki, want ik begin nu in te zien wat je er allemaal mee kunt doen. Leerlingen hebben namelijk wel het gevoel dat het 'echt' is als ze iets op internet zetten dus dat motiveert de leerlingen enorm. Mijn leerlingen werkten er thuis niet mee, maar waren in de les wel erg enthousiast. Voor mij is dit zeker voor herhaling vatbaar!

Ik vond het een groot voordeel dat je alles online hebt staan en daarom overal kunt bekijken. Daarnaast is het veel prettiger om stukken tekst na te kijken die digitaal zijn gemaakt dan de handgeschreven versies. Verder zijn er heel veel mogelijkheden met het maken van een wiki-pagina, maar dan is het noodzaak dat je vaker toegang hebt tot computers. Zoals ik hierboven al heb genoemd, werkten de leerlingen thuis niet met de wiki-pagina. Maar hun enthousiasme tijdens de les waarin de leerlingen wél met deze pagina konden werken was erg groot.
Ik zie mezelf vaker digitale middelen gebruiken bij het schrijven van een betoog, omdat ze dan echt veel moeten schrijven. Het gebruik van digitale middelen bij literatuurgeschiedenis, zoals ik het heb gedaan, zou ik in het vervolg anders doen. Mijn leerlingen zagen het nut er niet van in, dus op dat punt wil ik het graag anders aanpakken. Daarnaast staan er online heel veel opdrachten voor spelling en grammatica en die zou ik graag vaker willen gebruiken, maar ook dan ben je gebonden aan de computerlokalen. Wie weet wat er in de toekomst allemaal mogelijk is.